Deze lijf aan lijf technieken werden een belangrijk onderdeel van diverse vormen van krijgskunsten die werden gebuikt voor op het slagveld. Ze kunnen globaal gerangschikt worden in de volgende groepen:
Sengoku Jidai Katchu Bujutsu: yoroi kumiuchi (vechten in harnas)
Edo Jidai Suhada Bujutsu het gevecht gekleed in normale kleding uit die periode (hakama en kimono)
In vergelijking met de ongewapende stijlen uit de buurlanden China en Korea ligt de nadruk van de Japanse Ju Jutsu systemen meer op werpen, immobiliseren, klemmen en verwurgen. Atemi waren secundaire onderdelen in de meeste Japanse systhemen terwijl ze in het Chinese chuan fu (Japans: Kempo) als primair worden beschouwd. Het wordt in het algemeen aangenomen dat Japanse vormen zoals Haduka, Kempo en Shubaku een grote mate van Chinese invloeden hebben, terwijl vormen die ontwikkeld zijn vanuit de Japanse oorsprong geen speciale voorkeur hebben voor deze Atemi waza.
Er zijn een aantal praktische redenen waarom de Atemi-waza in de meeste Japanse vormen als secundair werden beschouwd. Allereerst was er de grote verandering van de manier van oorlogsvoering gedurende de Sengoku Jidai. Dit in vergelijking met eerdere periodes van oorlogsvoering. Het gevecht werd gekenmerkt door massale confrontaties op het slagveld. De Bushi die gekleed was in volledige wapenuitrusting, vocht in een onoverzichtelijke situatie op elke plaats op een druk bezet slagveld.
Dit is niet de meest ideale situatie om een vijand met een serie Atemi te verslaan. Ten eerste werden er wapens gebruikt, en het eenmaal niet zo praktisch om met gebalde vuisten tegenover iemand te staan die een zwaard in zijn handen had. Ten tweede was de Bushi bekleed met zwaar pantser waardoor raakvlakken simpelweg niet toegankelijk waren. De meest gebruikte strategie was om de Bushi omver te krijgen (gooien of duwen), hem neer te steken en hem van zijn hoofd te ontdoen…
Natuurlijk kwam het voor dat een Bushi zijn wapen verloor in de strijd. Meest was het dan ook gelijk gedaan met zijn leven en werd ter plekke afgeslacht. Er was nog een kleine kans om met behulp van zijn Ko-dachi het gevecht te winnen. Taak was het dan om in de verdediging van de aanvaller te komen. De mogelijkheid tegengaan om de vijand zijn kort zwaard te laten grijpen, d.m.v. het onder controle brengen van zijn rechterhand . Of als hij deze net getrokken zou hebben zou je het moeten stoppen voordat het tegen hem gebruikt zou worden.Deze laatste speciefysieke voorbeelden zijn technieken die worden beoefend in :
Kime No Kata (Vorm van de Beslissing),
Nukikake ( Zwaard in Schede)
Kiri Otoshi ( Neerwaarts Snijden)
en Bepaalde Judo technieken die gebaseerd zijn op oudere Ju Jutsu vormen van de Tenjin Shinyo Ryu.
Aan de andere kant van de situatie, als jij diegene met het zwaard zou zijn, moet je in staat zijn om jezelf te bevrijden van de pakking van de tegenstander; de afstand zien te vergroten en een effectieve counter-techniek te plaatsen. Een tactiek die in vele variaties terugkomt bij de Yagyu Shingan Ryu.
Kortom, close combat technieken waren essentieel voor zowel orde handhavers van het shogunaat als voor de gewone soldaat op het slagveld: om andere uit te schakelen zonder wapen of met behulp van de “kleine” wapens. Sterker nog, er waren situaties waarin het eigenlijke primaire wapen onmogelijk was te gebruiken. Bijvoorbeeld in het kasteel van een leenheer. Het was de gewoonte om het zwaard af te staan bij binnenkomst, alleen de Ko-dachi mocht behouden worden. Dit was het geval in de beschreven gebeurtenissen van de Chushingura (Het verhaal van de 47 Ronin).
In dit verhaal trok heer Asano zijn groot zwaard in een poging heer Kira te doden, omdat deze hem beledigd zou hebben. Dit was destijds een enorme overtreding in regel en etiquette wat bestraft zou worden met de dood, en zijn status en domein verbeurt verklaard. Dit leidde in het verhaal tot de beroemde bloedwraak.
Een ander typisch gebruik van Ju Jutsu bij soldaten was als een hoge militair werd aangevallen door een militair in lagere rang.Als een ashigaru (voetsoldaat met de laagste rang) een generaal zou aanvallen met een zwaard, dan zou de hoge officier geen wapen mogen gebruiken. Dit zou beneden zijn status zijn en werd dus geacht het gevecht zonder wapens te winnen.

Dit waren de eerste vormen van het ongewapend gevecht wat veel later bekendheid kreeg onder de naam Ju Jutsu, alsmede vele andere benamingen gedurende de Muromachi periode (1333-1568). Dit volgens densho rollen van diverse Ryu.
De meeste mensen omschreven Ju Jutsu, en ander gelijkwaardige vormen, als een manier om een tegenstander te verslaan zonder het gebruik van wapens. Maar als je verder kijkt naar het curriculum van de meeste klassieke Ryu, moeten deze vormen eerder gedefinieerd worden als een methode om een gewapend / ongewapende vijand te verslaan met behulp van de secundaire kleinere wapens zoals de Jitte, Tanto, Kakushi Buki, Ryofundo Kusari of de Bankokuchoki. Verder werd met de term Ju Jutsu technieken bedoeld die nodig waren om dicht bij de gewapende tegenstander zijn lichaam te komen. (het inwerken naar close combat)
Japans ongewapend gevecht bestaat al erg lang. De eerste verwijzingen worden aangetroffen in de zgn. allereerste historische schriften van Japan : de Kojike en de Nihon shoki. Daarnaast bestaan er etsen van Samai No Sechie. Dit was een ritueel wat werd gebruikt om de goden aan te spreken voor een gunstige oogst van de rijst. Dit werd gedaan door middel van een voorstelling te geven van twee mensen die een ongewapend gevecht nabootste.
Ju Jutsu : Het ongewapend gevecht
Copyright © Saji Dojo l Saji Dojo Productions 2011 l All rights reserved
end page